In de schaduw van mijn imago

Het valt me al langer dan vandaag op dat ik mijn leven altijd heb geleid volgens verwachtingen.  Voornamelijk van de omgeving en buitenwereld, maar vaak ook van mezelf. Maar daardoor leefde ik altijd in anderen hun schaduw of als een falende poging van mijn eigen hoge eisen.

Als jonkie keek ik zodanig op naar mijn grote broer, dat ik altijd in zijn voetsporen probeerde treden. Ik luisterde naar de muziek die hij goed vond, ambieerde de hobby’s die hij deed, wou mee met hem en zijn vrienden op stap, … Toen bleek dat ik aanleg had voor muziek en hij niet, voelde ik dat als een minpunt want dat maakte mij ànders dan mijn grote voorbeeld. Met een abrupte stop heb ik dan ook heel wat talent vergooid, wat niemand in mijn omgeving ooit heeft begrepen. Maar ik was niet klaar om mezelf toe te staan de muzikale van de familie te zijn, of simpelweg “mezelf” te zijn. 

“De … van …”

Op de scouts en in het dorp was ik dan ook nooit “Roel”, maar altijd “de broer van Bart”. Op de lagere school ging het gelijkaardig op; ik had geen eigen wil, maar deed mee met de rest en zo werd ik “de meeloper van de klas”.

In het vijfde en zesde leerjaar boden mijn ouders me een nieuwe start op een andere school, maar nee hoor, ook daar probeerde ik te hard bij de “coole groep” te horen, waardoor ik me uiteindelijk nergens thuis voelde en dan maar “het aanhangsel van de nieuwelingen” werd. En al helemaal niet wist wie ik zélf eigenlijk was.

Volledig alleen naar een middelbare school trekken, een sprong in het onbekende, dat was te beangstigend. Dus ging ik naar de school waar mijn ouders les gaven. En hoe goed ik ook mijn best deed om daar bij de cool kids te horen, ik was voor iedereen altijd “de zoon van de Goris”. Steeds harder kwam de nood aan ontdekken wie ik zélf was, steeds harder probeerde ik mijn eigen zin te vinden en door te drijven. Al werd dat dan ook vaak door mijn omgeving als vervelend ervaren, het heeft me toch de gepaste totem “Eigenzinnige Bever” opgeleverd. Want koppig, rebels en hardwerkend, die eigenschappen neem je me niet meer af. Ook de enige reden waarom ik ooit de Dodentocht heb uitgewandeld, want opgeven was geen optie en voor je plezier doe je dat niet, toch? 

De waaghals

Op mijn achttiende had ik het gevonden: avontuur, dat is waar ik me in ga profileren. Ik ben dus – uiteraard samen met de grote broer – beginnen klimmen. En zoals het in mijn leven hoort, is een sporadische hobby niet genoeg: harder, better, faster, stronger. Alsmaar beter worden en alsmaar meer willen. Om ondertussen niet te kunnen genieten van wat ik behaalde, want ik stak te veel tijd in me als een mislukking te zien voor de routes of klimtrips die ik niet haalde. En door steeds boven mijn niveau te willen klimmen, met de nodige kwetsuren tot gevolg.

Dus gooide ik het over een andere boeg om te tonen dat avontuur mijn karaktertrek was: ik ben gaan motorrijden. Dat was echt mijn ding, maar het voelde nog te braaf in mijn hoofd. Ah ja, want ik wou toch net bewijzen dat “een avontuurlijke waaghals zijn” mijn ding was, dan is een motor toch niet voldoende? Dus ben ik gaan skydiven. Niet zozeer omdat ik dat echt wou, maar omdat ik me niets kon bedenken dat meer hoort bij het imago van een waaghals. De angst bij het springen/vallen kon ik echter nooit volledig uitschakelen waardoor ik van de sport op zich niet met volle teugen genoot. Dus ik deed het voor het gevoel van persoonlijke overwinning en de idee dat ik naar de buitenwereld een avontuurlijke waaghals was. Een sport beoefenen voor het aanzien ervan, dat kan niet de bedoeling zijn.

Mount Coach

Toen ik Mount Coach leerde kennen – ook hier via de grote broer – was het gevoel drieledig. Ten eerste zag ik dit als een kans om door te groeien tot de beste, wat dat dan ook mocht betekenen, want “een gewone klimmer zijn” was voor mij nooit genoeg. Ten tweede kon ik me hierdoor aan iets wagen dat Bart nooit op eenzelfde manier zou kunnen beleven, want hij was te oud voor Mount Coach. Hij zou dus eindelijk trots kunnen zijn op die vervelende kleine broer die hem tot dan altijd in de voetsporen probeerde treden. Ten derde gaf het me de kans om fenomenale ervaringen te beleven, op plaatsen te komen waar een gewone sterveling niet geraakt en de avontuurlijke waaghals uit te hangen. Want dat was nog steeds het imago waar ik voor ging.

Maar ook hier legde ik mezelf verschrikkelijk hoge verwachtingen op. Ik zag mezelf als de slechtste klimmer van de groep, de slechtste skiër van de groep, … kortom; het kneusje van de groep. Al de anderen waren in alle waaghalzerij stukken beter dan ik, dus de beste zijn of toch op zijn minst in één van de disciplines, was een verschrikkelijk zware opdracht. Dan vond ik een discipline waar ik in mijn nopjes was, het barstklimmen, dan bleek ik niet sterk genoeg om er echt goed, laat staan de beste, in te zijn. Dus nog meer trainen, nog meer sporten, nog meer op mijn eten letten en vooral niet aan mezelf toegeven hoe hard ik het mezelf maakte. En ondertussen angstvallig vermijden om als slechtste telg toch uit de groep gegooid te worden en me daarom onmisbaar maken door de praktische kant van de trips, het maken van de foto’s en het schrijven van de verslagen op mij te nemen. Om zo toch iets te hebben dat van mij een meerwaarde maakte. Met als gevolg dat ik altijd de anderen in beeld bracht en ik meer dan eens in gesprekken met jonge klimmers terechtkwam die mijn kompanen herkenden van het prachtige project Mount Coach, zonder te weten dat ook ik eigenlijk bij dat groepje hoorde. Voor ik het wist was ik dus “de redacteur voor Mount Coach” en geen echte waardige Mount Coacher, of toch zeker niet volgens mijn perceptie.

Mijn angst om er na afloop van de opleiding niet meer bij te horen, heeft zich duidelijk laten merken tijdens de expeditie in Peru. Het heeft zonder twijfel zichzelf waargemaakt, net door er zo vervelend over te doen. Vijf weken vechten en knokken om fysiek mee te kunnen met de anderen, loeihard proberen om te voldoen aan hun verwachtingen (of hoe ik die ervoer) en daardoor soms stevige woordenwisselingen hebben als ik merkte dat sommige dingen of plannen niet als groep (of met mij) besproken werden. Bovendien veel te hoge verwachtingen hebben van mezelf als klimmer, waardoor elke mislukte toppoging of zelfs enkele dagen ziekte, een bevestiging werd dat ik het gewoon niet aankon. Mislukkeling. Loser. Leg dat gevoel maar eens uit als mensen na afloop enthousiast vragen hoe de reis is geweest.

Het zwarte gat

Het is eigenlijk niet verrassend dat ik na afloop van Mount Coach in een zwart gat viel. Het project waar ik me jaren op had gestort, was voorbij. De jongens die drie jaar “geen andere keuze hadden dan met mij op stap te gaan”, hadden in mijn hoofd geen enkele verplichting meer om mij mee op avontuur te vragen. Doordat ik mijn hele bestaan die laatste jaren rond Mount Coach had laten draaien en andere vrienden had verwaarloosd, hadden nog slechts weinigen de reflex om me mee op uitstapjes uit te nodigen.

Ik adopteerde een hond als eeuwige garantie van een hechte vriend en haar opvoeding werd mijn nieuwe project. Mijn nieuwe vlucht van de realiteit. Ik moest me niets meer aantrekken van wie me wel of niet stuurde; ik had Vega. De verplichtingen in nasleep van Mount Coach probeerde ik af te houden want dat joeg me verschrikkelijk veel angst aan, dus enkel naar de kompanen liet ik even weten dat het niet zo goed met me ging. Met een van hen deel ik de liefde voor koffie, dus als klimmen mentaal geen optie was, dan probeerde hij me zijn vriendschap te tonen over een tas warme godendrank. En toch, ondanks deze kleine dingetjes en de onvoorwaardelijke liefde van Vega, werd ik opgeslorpt door eenzaamheid. 

De angst om alleen te zijn

Omdat niemand bij zijn volle verstand het lang volhoudt om met een zwartgallige depressieveling te blijven optrekken, werd het een enorm uitputtend jaar waarin ik alle sociale contact, zelfs met mijn beste vrienden en vriendinnen, verbrak of verbroken zag. Ik leerde een meisje kennen dat diezelfde gevoelens, angsten en onzekerheden ervoer en ik zag dit als herkenning. Achteraf gezien een slecht idee, want dit werd voor ons beiden een enorm uitputtende relatie. Ik met bindingsangst en nood aan tijd voor mezelf, zij met een verschrikkelijke verlatingsangst waardoor ze me enorm verstikte. De enige methode om ruimte te krijgen om aan mezelf te denken en werken, was door haar drastisch van me weg te duwen. Om dan toch weer niet alleen te durven zijn en te vluchten in Tindergesprekken of een nieuw meisje om mee af te spreken. En me dan toch weer te laten verleiden en overhalen door dat onzekere meisje met alle gekende issues. Haar jaloezie en verlatingsangst in combinatie met mijn angst om alleen naar Canada te vertrekken en haar weer weg te duwen of kwijt te spelen, leidden ertoe dat ik opnieuw vriendschappen verwaarloosde. Ik stond haar toe me volledig op te eisen en nam alle mogelijke schuld op mij, en zette mijzelf op de tweede plaats om me aan haar te bewijzen en aan haar verwachtingen en ongerustheden te beantwoorden. Toch was ik er niet klaar voor om mijn mentaal welzijn achteruit te schuiven en het hare te ondersteunen, waardoor ik mezelf terug dieper en dieper voelde wegzakken. 

Dit werkte duidelijk niet. Ik moest voor mezelf kunnen kiezen en aan mijn eigen issues kunnen werken. Bovendien moest ik van die verschrikkelijke termen VERWACHTINGEN en VERPLICHTINGEN af, zelfs als die komen van de persoon die beweerde het beste met me voor te hebben. Dus besloot ik met pijn in mijn hart dat het tussen ons niet werkte. 

Pas later ontdekte ik dat ook zij tijdens onze break-up haar afleiding bij iemand anders zocht. Iets wat ze ondanks mijn eerlijkheid angstvallig verborg en erover loog zodat ik moeite zou blijven doen om mijn “misstap” goed te maken, wat ik vanwege haar angsten nog probeer te begrijpen. Maar dat zij die jongen achter de hand hield wanneer we terug samen waren, ermee bleef afspreken, er “als vrienden” mee op reis ging en meteen naar hem holde wanneer ze niet met mij op weekend wou, daar gaat het helaas mijn begrip voorbij. Het heeft mij enkele weken mijn eetlust en alle energie ontnomen, maar het was wel een goede start om eindelijk finaal te beseffen dat wij elkaar niet gelukkig maken. En om die overtollige kilo’s er terug af te krijgen. Positief denken! 

Krijg je de buik niet meer ingetrokken? Dan steek je hem ludiek vooruit!

“El camino es el destino”

“Gelukkig zijn” mag geen einddoel zijn, maar net een state of mind. En zo werd ondanks tegenslagen en tegenwerkingen, langzaam maar zeker mijn wilde plan zekerheid. Downsizen. Terug naar de basis durven gaan. Alles van me afschudden en een nieuwe start maken. Mijn appartement en inboedel verkopen. Naar mijn droomland Canada verhuizen, zelfs al is dat dan toch alleen. Een woonbus kopen en met de hond rondtrekken. Mij van niets of niemand iets aantrekken. Niet meer meedoen aan alle verwachtingen van omgeving en maatschappij, maar gewoon: mijn eigen goesting doen en mezelf durven zijn. Mijn reis, hoe lang ze ook duurt, zal mij leren om gelukkig te zijn met wie ik ben. Pas wanneer ik mezelf graag zie, kan iemand anders echt een meerwaarde betekenen in mijn leven. 

Ik stap uit de schaduw van mijn imago. Ik doe mijn eigen ding en volg mijn eigen pad. 

Voortaan bepaal ik mijn eigen lot en bestuur ik mijn eigen ziel. (ref)

 

4 Comments on “In de schaduw van mijn imago

  1. Roel, ik hoop dat je in Canada de schoonheid van het simpele gewone leven terug vind. De overweldigende natuur en het besef dat je dáár een deel van bént, zullen helpen.
    Je hond, maar vooral je bewustzijn van jezelf zijn een goede stap in die richting.
    Maar ga niét opzoek naar Geluk. Leg daar niet teveel je focus op.
    Wie je bent, wat je denkt neem je mee.
    Ik heb ondervonden dat de ervaring van geluk hem vaak in kleine dingen zit, een mooie dag, verse sneeuw, een lichaam dat als een gesmeerde motor werkt…(stééds mínder)
    Je bent een knappe gast mét véél talenten.
    Ik ben nóóit in iets de beste geweest, máár heb al van veel kunnen proeven. En ook daar vind ik mijn geluk in terug.

    Geniet van je reis, durf de confrontatie met jezelf aan. En leer positief te zijn.

    Liked by 1 persoon

  2. Mooi reflectief verslag en zomaar vanuit jezelf geschreven= TOP!!!
    Vraagje: Hoe kan je “eigenzinnig” positiever verwoorden? Er ligt enorme kracht en emotionele lading in woorden, hé.
    Samenhorigheidsgevoel kan gevaarlijk zijn, jaja!!
    Kijk maar naar de holocaust 😉
    Blijf kritisch maat 🙂

    Like

    • Ik zie eigenzinnig zeker niet als een negatief woord! De kant van “koppig” wordt in elk sollicitatiegesprek als positief gedraaid, en de kant van “gaat niet mee met de massa” is net het bewijs dat ik al van toen af probeerde een eigen weg in te slaan. Dus als eigenzinnig betekent een eigen uitgesproken mening en goesting te hebben en die koppig na te streven, is het een voortotem om trots op te zijn :-).

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: